Buiten openingstijden adviseren wij voor spoed contact op te nemen met de Spoedkliniek van AniCura Specialistisch Verwijscentrum Haaglanden in Rijswijk. Tel: 085-4831300

 

 

 

VOOR PERSOONLIJK ADVIES OF

HET MAKEN VAN EEN AFSPRAAK

BEL: 079 - 361 07 07 

Klik hier om direct een afspraak te maken

ALLE BETALINGEN

DIENEN PER PIN

VOLDAAN TE WORDEN

ADRES HOOFDVESTIGING:

ROKKEVEEN, TWEEDE STATIONSSTRAAT

293, 2718 AB ZOETERMEER

OPEN VAN MAANDAG TOT VRIJDAG 08.00 TOT 19.00 UUR. TEL: 079 - 361 07 07

ZUIKERZIEKTE

Suikerziekte wordt veroorzaakt doordat de alvleesklier niet meer in staat is het hormoon insuline te maken. Insuline zorgt ervoor dat het suiker wat o.a. met de voeding binnenkomt, omgezet wordt in andere stoffen. Omdat er in het lichaam geen of te weinig insuline wordt aangemaakt, stijgt het bloedsuiker gehalte in het bloed. Dit heeft o.a. tot gevolg dat het dier ondanks soms aanvankelijk veel eten en dikker worden, later vermagert. Tevens zorgt het hoge bloedsuiker gehalte ervoor dat de nieren niet goed functioneren, er te weinig vocht in het lichaam wordt vast gehouden en uw huisdier veel gaat plassen. Om dit vochtverlies aan te vullen gaat hij/zij tevens zeer veel drinken.

Om deze kwaal te behandelen, moeten we, aangezien de alvleesklier zelf geen insuline meer maakt, dit zelf aan het dier toedienen. Dit stuit op een paar praktische problemen, welke echter in de praktijk meestal goed zijn op te lossen.

Omdat het hormoon insuline uit eiwit bestaat, kan dit niet als tablet o.i.d. worden toegediend, omdat het dan net als andere eiwitten uit de voeding in het maagdarmkanaal wordt verteerd. Dit toedienen moet dus per injectie geschieden. Iets wat de eigenaar van het dier aanvankelijk erger vindt dan uw huisdier zelf. Deze went hier zeer snel aan, temeer daar het na het spuiten altijd te eten krijgt, en het spuiten dus al snel associeert met te eten krijgen. Aangezien de insuline behoefte van moment tot moment kan verschillen, moet de insuline 1x per dag worden toegediend. Tevens moet zo'n 2x per week de urine worden gekontroleerd, om te zien of nog wel de juiste hoeveelheid insuline wordt toegediend. Dit leert men in de praktijk meestal zeer snel aan.

Het spuiten van de insuline dient elke ochtend omstreeks dezelfde tijd plaats te vinden. Direkt hierna moet een vast afgepaste hoeveelheid eten worden gegeven. Een 2e maaltijd moet omstreeks 16.00 - 16.30 uur gegeven worden. De hoeveelheid voedsel moet steeds ongeveeer gelijk gehouden worden, omdat met de hoeveelheid voedsel ook de hoeveelheid benodigde insuline mede samenhangt.

Het spuiten van een geringe hoeveelhied insuline levert nooit gevaar op. Wel gaat uw huisdier tgv het stijgen van de bloed suiker spiegel weer zeer veel plassen en zeer veel drinken.

Wel zeer bedacht moet u zijn dat u niet veel te veel insuline inspuit daar dit kan leiden tot een zeer sterke bloedsuiker daling, welke uitmond in coma en sterfte. De eerste verschijnselen van zo'n 'hypo' zijn: Honger, onrust, slap op de poten en spiertrillingen, later evt. bewustzijnsverlies. U dient uw huisdier dan onmiddelijk via zijn bek wat suiker/stroop/ of zoet eten toe, en het dier herstelt snel. Wel ervoor zorgen dat er dan ook 's nachts extra eten ter beschikking staat en volgende dag een halve dosering spuiten.